In het slachtershuis

In deze lage maar lange woning, herberg "Het Slachtershuis", woonden Gustaaf Lowie (° Wichelen 1851) en zijn vrouw Emma Van Boxelaer (° Schellebelle 1858). Gustaaf was best gekend als Meiter Peet, een combinatie van het beroep dat hij uitoefende en de naam van zijn vader. Hij begon als metselaar maar werd later slachter en zelfs meesterslachter, want hij had de bevoegdheid om dieren te keuren. In het Frans noemde men zo iemand maïtre wat in het Wichels dialect meiter werd. Van zijn vader Petrus (Peet) Lowie erfde hij dus zijn naam Meiter Peet.  Catharina Clinckspoor was zijn moeder.

In dit huis, ietwat laag gelegen achter de gedempte gracht, zagen 4 zonen het levenslicht. De oudste, Petrus (°Wichelen 1890) huwde te Berlare met Clemence Van Hauwe (°Berlare 1898). De tweede zoon Adolf woonde op nr. 14. De derde zoon, Victor 'De Fik' (°Wichelen 1895) huwde met Maria-Helena De Smet (°Wichelen 1899-1935), stiefdochter van Maria-Sabina Verhaegen (uit herberg 'bij Sabinekes'). Hun zoon Gustaaf trok op heel jeugdige leeftijd naar Wallonië. De jongste zoon Urbain (°Wichelen 1898) huwde in 1925 met Maria Schockaert (°Wichelen 1901) die regelmatig de snuifdoos bovenhaalde, wat haar de naam "Mieke Snuif' opleverde. Metselaar van beroep bouwde Urbain zich enkele jaren later een nieuwe woning nabij het ouderlijk huis. Dit gezin is kinderloos gebleven.

Emma Van Boxelaer overleed te Wichelen in 1924 en Meiter Peet bleef daar in zijn eentje, onverzorgd en vereenzaamd wonen tot hij in 1937 op 86-jarige leeftijd overleed.